Lesbrief bij Buiten is het oorlog – Anne Frank en haar wereld

Bij Buiten is het Oorlog is een lesbrief gemaakt, bedoeld voor de bovenbouw basisonderwijs. U kunt die lesbrief hier als pdf downloaden: Lesbrief-Buiten-is-het-oorlog

 

Advertenties

Ik snak naar een Nederlandse ‘Martin Luther King’

‘Tussen droom en daad.’ Dat is het thema van de maand oktober, de maand van de geschiedenis. U kent de dichtregels van Willem Elsschot uit zijn gedicht ‘Het Huwelijk’ ongetwijfeld en weet ook wat er op volgt: ‘…staan wetten in de weg en praktische bezwaren.’

Kijkend naar de actualiteit van vandaag druipt de symboliek van deze zinnen. Ze houden me bezig. ‘I have a dream,’ sprak Martin Luther King in 1963 en ruim 250.000 mensen luisterden ademloos. En ik snak naar een Nederlandse ‘Martin Luther King’. Naar een man of vrouw die ons optilt. Iemand die een vergezicht laat zien, ons wakker schudt, ons verbindt. Die misschien wel juist vanuit de geschiedenis de verhitte discussies van vandaag op een hoger plan kan tillen. Die duidelijk maakt dat nu niet zozeer de vraag is of we ‘gewone’ of ‘sobere’ huisvesting aanbieden aan vluchtelingen, maar die het terug kan brengen naar de essentie: wat willen we als samenleving zijn, hoe verhouden we ons tot de ander die altijd anders is. Degene dus die die praktische bezwaren van Elsschot echt wel ziet, maar toch de droom niet wenst op te geven.

Het proces van verharding in onze samenleving is niet nieuw. Maar ik kan me niet herinneren dat de toon van het maatschappelijk debat eerder zo cynisch, zo boos, zo ontevreden en zo droomloos was. Onder andere op de sociale media wordt ongelofelijk veel boosheid geventileerd. Vaak hebben deze zenders (letterlijk) geen gezicht en naam: hun identiteit wordt verscholen achter de Nederlandse vlag, een foto van een roofdier of van mistige stripfiguurtjes.

Gelukkig zijn er veel mensen die willen werken aan een samenleving waar plaats is voor mensen die voor korte of langere tijd hulp nodig hebben. Het ‘verzet’ tegen alles wat ‘vreemd’ is heeft een naam en gezicht: Geert Wilders (en in zijn kielzog Halbe Zijlstra). Maar wie kan advocaat zijn van dat andere geluid? Wie brengt de strijd voor verwezenlijking van de droom terug?

Wat zou het mooi zijn als onze minister-president een toon kon vinden die kan verbinden. Maar die woorden heeft hij niet. De vele signalen uit de samenleving dat mensen daar om snakken, pikt hij niet op. Samsom? Ook die kan het niet. ‘Het Huwelijk’ heet het gedicht van Elschot. Precies. In die politieke tang zitten we nu. Misschien komt de discussie daarom wel niet verder dan het continue zoeken naar het oplossen van praktische bezwaren. En dus zal het uit de samenleving moeten komen. Maar van wie?

Afgelopen donderdag kreeg programmamaker, presentator en ‘zoon-van’ Johnny de Mol de Gouden TelevisierRing. In zijn dankwoord zei hij dit:

‘Ik wil deze prijs graag symbool stellen voor meer verdaagzaamheid, meer respect en meer liefde voor elkaar. En of dat nou voor je oma is, voor een gezin dat op de vlucht is of voor een vergeten kind dat in de opvang zit, ik denk dat we dat met zijn allen kunnen doen en kunnen waarmaken als we maar een beetje lief zijn voor elkaar.’

Johnny de Mol als Nederlandse ‘Martin Luther King’? Ja. Waarom niet?

Deze tekst stond op 22 oktober als Te Gast in de Leeuwarder Courant.

Download de speciale lesbrief bij Geniaal! voor de groepen 6 tm 8

lesbrief Geniaal definitief kopie

Ik word Schoolschrijver!

Janny-van-der-Molen-portret-met-logo-

Over twee weken is het zover. Dan ga ik aan de slag als Schoolschrijver op de openbare basisschool De Feart in Jubbega, een dorp niet ver van mijn eigen woonplaats De Knipe. Ik verheug me daar zeer op!
Een jaar of twee geleden las ik voor het eerst over De Schoolschrijver en werd meteen enthousiast. Hadden wij dat maar hier, dacht ik. Maar dat was niet zo: De Schoolschrijver was een Amsterdamse aangelegenheid. Inderdaad: was. Want vanaf het einde van deze maand gaan Schoolschrijvers ook aan de slag in de provincies Groningen en Friesland. Yes!
Een Schoolschrijver, het woord zegt het al, is een schrijver die verbonden wordt aan een school met als doel wekelijks met de kinderen te lezen en te schrijven. Dat is zinnig, dat is leerzaam, maar dat is bovenal leuk. Want bezig zijn met boeken, met taal en met lezen is het mooiste wat er is. Kijk even op de site van De Schoolschrijver als je meer wilt weten: http://www.deschoolschrijver.nl

Geweldig!

 

 

Dit las ik onlangs in het magazine van het museum Willem van Haren in Heerenveen waar het Ferdinand Domela Nieuwenhuismuseum deel vanuit maakt. Hartverwarmend!Scan

Outside it’s war

Sinds een paar weken is de Engelse vertaling van ‘Buiten is het oorlog’ verkrijgbaar. Daar ben ik heel blij mee.

1044507_506640686076085_1016748715_n

Dodenherdenking

Vanavond mocht ik in ons dorp een bijdrage leveren aan de Dodenherdenking. De tekst die ik heb uitgesproken, kun je hieronder lezen.

Ik wil u meenemen naar dinsdagochtend 7 september 1943, een ochtend nu bijna zeventig jaar geleden. Kamp Westerbork. Een trein. Zonet is de deur van de treinwagon met een smak dichtgegooid en vergrendeld. Zo’n zeventig mensen staan dicht op elkaar in een beestenwagon die naar paarden ruikt. En naar andere viezigheid. Een emmer water moet genoeg zijn voor al deze mensen om uit te drinken tijdens een reis die drie dagen zal gaan duren. En op die andere emmer moeten ze alle zeventig maar poepen en plassen.

Een enkeling vindt een plekje om te zitten op de kale houten vloer. Het zijn vooral de ouderen en de moeders met kleine kinderen. De rest moet maar zien hoe die het houdt tijdens die drie dagen die nog komen. Door een klein raampje komt wat frisse lucht en een beetje licht.

Langzaam komt de ellenlange trein in beweging. Allen de twee of drie mensen die bij het kleine raampje staan, kunnen afscheid nemen van het Nederlandse landschap. Zo’n duizend joodse mensen zijn nu vanuit kamp Westerbork onderweg naar  concentratiekamp Auschwitz. Ze weten niet wat hen daar te wachten staat. Maar ze weten wel dat het verschrikkelijk is. Heel verschrikkelijk.

Onder hen is een jonge vrouw. Ze heeft geen enkele illusie over haar lot. Ze gaat de dood tegemoet. Ze opent haar rugzak en ziet daarin wat spulletjes: wat ondergoed, misschien een extra stel kleren. Een boek en haar bijbel.

Dan vindt ze wat ze zoekt: een potlood en een briefkaart. Zo goed en zo kwaad als het gaat in een hobbelende trein, schrijft ze de naam en het adres op van een vriendin van de familie in Deventer. Straks zal ze de kaart door het kleine raampje gooien in de hoop dat iemand hem vindt en voor haar op de bus zal doen.

‘Dank voor al jullie goede zorgen,’  schrijft ze. Vader, moeder en broer zijn ook mee in de trein, krabbelt ze nog. Ze zitten in een andere wagon en zijn heel flink. ‘We hebben zingende dit kamp verlaten.’

‘We hebben zingende dit kamp verlaten.’

Het staat er echt. De kaart is namelijk inderdaad door een onbekende gevonden en op de post gedaan. En schrijfster van de kaart is later heel bekend geworden omdat ook haar dagboeken bewaard gebleven zijn. Etty Hillesum heet ze.

‘We hebben zingende dit kamp verlaten,’ was het laatste dat zij zou schrijven. Zingen? Waarom zou je zingen als je een afschuwelijk lot tegemoet gaat?

Misschien zongen deze duizend bange mensen om de nazi’s te laten merken dat ze niet gebroken waren. Dat ze nooit, nooit zouden zwijgen. Dat de nazi’s hen hun voedsel af konden pakken, hun kleding, hun vrijheid, hun geluk, maar nooit, nooit hun stem. Dat geweld, haat, onderdrukking nooit het laatste woord zouden hebben.

Misschien zongen ze ook om de moed erin te houden. Ze waren hongerig, mager en vernederd. Maar ze leefden nog. En ze wilden leven!

Misschien zongen ze om hun angst te onderdrukken. Alles, alles was beter dan die afschuwelijke angst dag in dag uit voor wat er komen zou.

Misschien zongen ze zodat de tijd voorbij zou gaan. Wat moest je in hemelsnaam doen al die uren, al die dagen, staande in een stinkende veewagon met intens angstige, hongerige en huilende mensen en kinderen om je heen?

Zingen.

Week in, week uit zongen mensen tijdens de oorlog in bomvolle kerken en baden tot God om hun geliefden bij te staan. Nederlandse burgers, onderduikers en verzetsstrijders zongen zachtjes en in het geheim mee met de openingsmuziek van de illegale uitzendingen van Radio Oranje. In naam van Oranje doe open de poort. Misschien zongen onze Nederlandse mannen die gedwongen werden in Duitsland te werken ook liederen. Uit heimwee. Uit verzet. Om de angst te onderdrukken. Of omdat ze in de eigen taal konden zingen, wat ze niet luidop konden zeggen.

Zo meteen zijn we twee minuten stil om al die mensen die in Tweede Wereldoorlog hun leven hebben verloren door het nazigeweld, te herdenken. We zijn stil voor al die 107.000 joodse Nederlanders die vanuit Westerbork getransporteerd werden naar een hel. We zijn stil voor de zes miljoen vermoordde joden, Sinti en Roma, homoseksuelen en gehandicapten. Voor het onvoorstelbare en onherstelbare leed dat hun overlevende familie en geliefden hiermee is aangedaan.

We zijn stil uit diep respect voor al die mensen die zich verzet hebben tegen het geweld, vaak met gevaar voor eigen leven. Voor de medogenloos neergeschoten verzetsstrijders. Voor de geallieerde soldaten die het leven lieten voor onze vrijheid. We zijn stil uit ontzetting over wat zoveel mensen aangedaan is en aangedaan wordt.

We denken aan al die mensen die ook vandaag de dag over de hele wereld omkomen door oorlogsgeweld. We denken aan ouders die in oorlogsgebieden hun kinderen in slaap zingen, bang voor wat er die nacht weer gebeuren kan. We denken aan al die mensen voor wie geen dag voorbij gaat dat ze geen intens verdriet voelen om wat ze door oorlog hebben verloren. Die in angstdromen hun ervaringen steeds opnieuw beleven. We denken met respect aan Nederlanders die zich ingezet hebben voor de vrede van landen elders op de wereld, en hun leven hebben verloren.

Afgelopen dinsdag, bij de kroning van koning Willem Alexander, hoorden en zongen we verschillende keren het Wilhelmus, het volkslied van Nederland. ‘Den vaderland getrouwe, ben ik tot in den dood.’ Zo meteen gaan we er samen naar luisteren. Dit lied is hét symbool van onze vrijheid. En we mogen het zingen zo vaak en zo luid als we willen. We zijn vrij.

Zoals we hier samen staan denken we aan al die mensen die geen vijheid kenden en kennen. We zijn we dankbaar omdat we in vrede mogen leven. Dat we alles hebben, wat we nodig hebben. Dat we kunnen gaan en staan waar we willen. Dat niemand de baas over ons is. Dat we mogen denken wat we willen en dat ook kunnen zeggen.

Dat we mogen zingen en stil kunnen zijn.