Ik word Schoolschrijver!

Janny-van-der-Molen-portret-met-logo-

Over twee weken is het zover. Dan ga ik aan de slag als Schoolschrijver op de openbare basisschool De Feart in Jubbega, een dorp niet ver van mijn eigen woonplaats De Knipe. Ik verheug me daar zeer op!
Een jaar of twee geleden las ik voor het eerst over De Schoolschrijver en werd meteen enthousiast. Hadden wij dat maar hier, dacht ik. Maar dat was niet zo: De Schoolschrijver was een Amsterdamse aangelegenheid. Inderdaad: was. Want vanaf het einde van deze maand gaan Schoolschrijvers ook aan de slag in de provincies Groningen en Friesland. Yes!
Een Schoolschrijver, het woord zegt het al, is een schrijver die verbonden wordt aan een school met als doel wekelijks met de kinderen te lezen en te schrijven. Dat is zinnig, dat is leerzaam, maar dat is bovenal leuk. Want bezig zijn met boeken, met taal en met lezen is het mooiste wat er is. Kijk even op de site van De Schoolschrijver als je meer wilt weten: http://www.deschoolschrijver.nl

Geweldig!

 

 

Dit las ik onlangs in het magazine van het museum Willem van Haren in Heerenveen waar het Ferdinand Domela Nieuwenhuismuseum deel vanuit maakt. Hartverwarmend!Scan

Outside it’s war

Sinds een paar weken is de Engelse vertaling van ‘Buiten is het oorlog’ verkrijgbaar. Daar ben ik heel blij mee.

1044507_506640686076085_1016748715_n

Dodenherdenking

Vanavond mocht ik in ons dorp een bijdrage leveren aan de Dodenherdenking. De tekst die ik heb uitgesproken, kun je hieronder lezen.

Ik wil u meenemen naar dinsdagochtend 7 september 1943, een ochtend nu bijna zeventig jaar geleden. Kamp Westerbork. Een trein. Zonet is de deur van de treinwagon met een smak dichtgegooid en vergrendeld. Zo’n zeventig mensen staan dicht op elkaar in een beestenwagon die naar paarden ruikt. En naar andere viezigheid. Een emmer water moet genoeg zijn voor al deze mensen om uit te drinken tijdens een reis die drie dagen zal gaan duren. En op die andere emmer moeten ze alle zeventig maar poepen en plassen.

Een enkeling vindt een plekje om te zitten op de kale houten vloer. Het zijn vooral de ouderen en de moeders met kleine kinderen. De rest moet maar zien hoe die het houdt tijdens die drie dagen die nog komen. Door een klein raampje komt wat frisse lucht en een beetje licht.

Langzaam komt de ellenlange trein in beweging. Allen de twee of drie mensen die bij het kleine raampje staan, kunnen afscheid nemen van het Nederlandse landschap. Zo’n duizend joodse mensen zijn nu vanuit kamp Westerbork onderweg naar  concentratiekamp Auschwitz. Ze weten niet wat hen daar te wachten staat. Maar ze weten wel dat het verschrikkelijk is. Heel verschrikkelijk.

Onder hen is een jonge vrouw. Ze heeft geen enkele illusie over haar lot. Ze gaat de dood tegemoet. Ze opent haar rugzak en ziet daarin wat spulletjes: wat ondergoed, misschien een extra stel kleren. Een boek en haar bijbel.

Dan vindt ze wat ze zoekt: een potlood en een briefkaart. Zo goed en zo kwaad als het gaat in een hobbelende trein, schrijft ze de naam en het adres op van een vriendin van de familie in Deventer. Straks zal ze de kaart door het kleine raampje gooien in de hoop dat iemand hem vindt en voor haar op de bus zal doen.

‘Dank voor al jullie goede zorgen,’  schrijft ze. Vader, moeder en broer zijn ook mee in de trein, krabbelt ze nog. Ze zitten in een andere wagon en zijn heel flink. ‘We hebben zingende dit kamp verlaten.’

‘We hebben zingende dit kamp verlaten.’

Het staat er echt. De kaart is namelijk inderdaad door een onbekende gevonden en op de post gedaan. En schrijfster van de kaart is later heel bekend geworden omdat ook haar dagboeken bewaard gebleven zijn. Etty Hillesum heet ze.

‘We hebben zingende dit kamp verlaten,’ was het laatste dat zij zou schrijven. Zingen? Waarom zou je zingen als je een afschuwelijk lot tegemoet gaat?

Misschien zongen deze duizend bange mensen om de nazi’s te laten merken dat ze niet gebroken waren. Dat ze nooit, nooit zouden zwijgen. Dat de nazi’s hen hun voedsel af konden pakken, hun kleding, hun vrijheid, hun geluk, maar nooit, nooit hun stem. Dat geweld, haat, onderdrukking nooit het laatste woord zouden hebben.

Misschien zongen ze ook om de moed erin te houden. Ze waren hongerig, mager en vernederd. Maar ze leefden nog. En ze wilden leven!

Misschien zongen ze om hun angst te onderdrukken. Alles, alles was beter dan die afschuwelijke angst dag in dag uit voor wat er komen zou.

Misschien zongen ze zodat de tijd voorbij zou gaan. Wat moest je in hemelsnaam doen al die uren, al die dagen, staande in een stinkende veewagon met intens angstige, hongerige en huilende mensen en kinderen om je heen?

Zingen.

Week in, week uit zongen mensen tijdens de oorlog in bomvolle kerken en baden tot God om hun geliefden bij te staan. Nederlandse burgers, onderduikers en verzetsstrijders zongen zachtjes en in het geheim mee met de openingsmuziek van de illegale uitzendingen van Radio Oranje. In naam van Oranje doe open de poort. Misschien zongen onze Nederlandse mannen die gedwongen werden in Duitsland te werken ook liederen. Uit heimwee. Uit verzet. Om de angst te onderdrukken. Of omdat ze in de eigen taal konden zingen, wat ze niet luidop konden zeggen.

Zo meteen zijn we twee minuten stil om al die mensen die in Tweede Wereldoorlog hun leven hebben verloren door het nazigeweld, te herdenken. We zijn stil voor al die 107.000 joodse Nederlanders die vanuit Westerbork getransporteerd werden naar een hel. We zijn stil voor de zes miljoen vermoordde joden, Sinti en Roma, homoseksuelen en gehandicapten. Voor het onvoorstelbare en onherstelbare leed dat hun overlevende familie en geliefden hiermee is aangedaan.

We zijn stil uit diep respect voor al die mensen die zich verzet hebben tegen het geweld, vaak met gevaar voor eigen leven. Voor de medogenloos neergeschoten verzetsstrijders. Voor de geallieerde soldaten die het leven lieten voor onze vrijheid. We zijn stil uit ontzetting over wat zoveel mensen aangedaan is en aangedaan wordt.

We denken aan al die mensen die ook vandaag de dag over de hele wereld omkomen door oorlogsgeweld. We denken aan ouders die in oorlogsgebieden hun kinderen in slaap zingen, bang voor wat er die nacht weer gebeuren kan. We denken aan al die mensen voor wie geen dag voorbij gaat dat ze geen intens verdriet voelen om wat ze door oorlog hebben verloren. Die in angstdromen hun ervaringen steeds opnieuw beleven. We denken met respect aan Nederlanders die zich ingezet hebben voor de vrede van landen elders op de wereld, en hun leven hebben verloren.

Afgelopen dinsdag, bij de kroning van koning Willem Alexander, hoorden en zongen we verschillende keren het Wilhelmus, het volkslied van Nederland. ‘Den vaderland getrouwe, ben ik tot in den dood.’ Zo meteen gaan we er samen naar luisteren. Dit lied is hét symbool van onze vrijheid. En we mogen het zingen zo vaak en zo luid als we willen. We zijn vrij.

Zoals we hier samen staan denken we aan al die mensen die geen vijheid kenden en kennen. We zijn we dankbaar omdat we in vrede mogen leven. Dat we alles hebben, wat we nodig hebben. Dat we kunnen gaan en staan waar we willen. Dat niemand de baas over ons is. Dat we mogen denken wat we willen en dat ook kunnen zeggen.

Dat we mogen zingen en stil kunnen zijn.

boeken koop je in de (kinder)boekhandel!

Als middelbare scholier had ik een krantenwijk. Ik heb dit verhaal hier vast al eens verteld, maar soit! Ik gaf niet om make-up, was niet zo’n kroegloper en natuurlijk rookte ik niet. Ik had een andere passie die betaald moest worden: boeken. Mooie, liefst gebonden boeken. Van die boeken die geld kosten. Maar dan heb je ook wat. In ons dorp hadden we twee boekhandels. Daar heb ik wat uren doorgebracht!

In mijn studententijd kwam in in Utrecht terecht. Voor een boekenliefhebber van het platteland is dat natuurlijk hemels, zo’n grote stad. Wat een keus aan boekhandels! Hier maakte ik ook voor het eerst kennis met kinderboekwinkels. Utrecht heeft er twee prachtige, beide met zeer deskundige eigenaren. In een van deze winkels, de Utrechtse Kinderboekwinkel, mocht ik een paar maanden geleden vertellen over het boek van Agave Kruijssen, Martine Letterie, Els van Egeraat, Ploegsma en mij: ‘Over vroeger en nu’. De eigenaresse Dorothé Cras vertelde stralend over de winkel waar ze sinds kort eigenaar van was: een droom die was uitgekomen. Prachtig vind ik dat enthousiasme! Het nodigt uit tot kopen…

Rond de tijd was ik met Gerry Platenkamp van kinderboekwinkel Mancemax in Deventer in de bibliotheek voor een programma over Charles Dickens. Ook zij vertelde stralend over haar winkel waar ik eerder al geweest was. Voor haar is eveneens een langgekoesterde wens in vervulling gegaan. Een eigen kinderboekwinkel. Haar kennis van het boekenvak en de liefde voor het vak kan ze nu met al haar klanten delen. Je kunt er nog een lekkere kop koffie bij kopen ook terwijl de kinderen verlekkerd kijken naar de mooie boeken.

Even mooie ervaringen heb ik met de kinderboekwinkel De Toverlantaarn van Leeuwarden. Antoinette van den Berg heeft daar een schitterende winkel waar ze met kennis van zaken en ook weer met veel enthousiasme boeken aanprijst. Ik mocht er eens kerstverhalen vertellen terwijl kinderen warme chocomel dronken en aan koekjes knabbelden. Wat een gezelligheid!

Zomaar drie kinderboekenwinkels waar ik met veel plezier kom. Net als die van Amersfoort, van Sneek, van Groningen, van Amsterdam, van… noem maar op. En als bewoner van het platteland wil ik ook de vele mooie reguliere boekhandels noemen. Zij verkopen immers ook kinderboeken. Binnert Overdiep bijvoorbeeld, in ‘mijn’ Heerenveen, heeft een prachtige kinderboekenafdeling en personeel met kennis en liefde voor dit boek. Onze kinderen komen en kopen er graag. En ik zelf ook, naturellement.

Maar goed. Terug naar het kinderboek, dat het ondanks de crisis op zich best goed doet. Maar… Gisteren hoorde ik via de sociale media dat de kinderboekwinkel van Maastricht, De Boekenwurm, het erg moeilijk heeft. De Boekenwurm is ongetwijfeld niet de enige. Zoals ook menig reguliere boekenwinkel het moeilijk heeft. Welke (kinder)boekwinkels dat zijn, weet ik niet. Maar deze geluiden zijn niet nieuw.

Een van de redenen daarvoor is de toename van het aanschaffen van boeken bij de grote internetleveranciers. In plaats van de deskundigheid van boekwinkels te zoeken en even lekker in het aanbod te grasduinen, kiezen mensen voor het gemak van internet.

Ik kan mijn leven niet voorstellen zonder fijne (kinder)boekwinkels in de buurt. Ik  ben blij met alle goede adviezen, met het enthousiasme en de enorme kennis van boekverkopers. En velen met mij. Daarom wil ik jullie vragen: koop je boeken bij je (kinder)boekwinkel. En wil je dat graag via internet? Dat kan. Er is bijna geen (kinder)boekwinkel meer te vinden die dat niet via de eigen website aanbiedt. Als je daar bestelt, kost het niks meer dan bij een grote internetverkoper.

Op 22 april komen vele kinderboekenschrijvers en -illustratoren op initiatief van Manon Sikkel in Maastricht in actie met een fashmob. Ik vertel die dag kinderen over Anne Frank en kan er daarom niet bij zijn. Maar reken maar dat ik volmondig achter de actie sta. De directe aanleiding is de moeilijke situatie van kinderboekwinkel De Boekenwurm. Deze steun in de rug is natuurlijk ook voor alle andere boekverkopers die zorgen hebben bedoeld.

Laten we de (kinder)boekwinkels steunen door onze boeken bij hen aan te schaffen. Ze verdienen het!

Hoofd, hart én ziel

Afgelopen vrijdag, 1 februari, was het zover: Buiten is het oorlog – Anne Frank en haar wereld werd in het Anne Frank Huis gepresenteerd.

. Photo: Cris Toala OlivaresHet was een bijzondere ochtend. Zo’n dertig leerlingen van obs De Brink uit Amsterdam waren speciaal naar het Anne Frank Huis gekomen en waren heel geïnteresseerd in Anne, in ons boek én in het verhaal van Dieuwertje Blok. Hier zien jullie Kwasi en Alicia (r) met de eerste exemplaren, bedoeld voor alle kinderen van De Brink.

Natuurlijk wilden de kinderen even weten of Dieuwertje echt de vrouw is van het Sinterklaasjournaal. En iemand vroeg ook of zij met een limo gekomen was. Maar alle andere vragen hadden alles met de oorlog te maken, zoals de moeilijkste van alle vragen: ‘Zou jij onderduikers helpen als het nu oorlog zou worden?’ Dieuwertje vertelde het verhaal van haar eigen Anne Frank: haar moeder. Net als Anne moest haar moeder onderduiken, net als haar opa en oma. Hun helpers zijn Dieuwertjes échte helden. Het was een ontroerend verhaal.

Zakelijk directeur Garance Reus-Deelder van de Anne Frank Stichting vertelde dat zij blij zijn met het boek omdat de bezoekers van het Anne Frank Huis steeds jonger worden. Nu is er voor deze kinderen een boek dat ze samen met hun ouders of op school kunnen lezen.

Martijn en ik mochten vertellen over hoe het boek tot stand gekomen is. We hebben beide intensief samengewerkt met de Anne Frank Stichting, een samenwerking die heel bijzonder en goed was. We wilden dat zowel de verhalen als de afbeeldingen tot in de detail zouden kloppen en dankzij deze samenwerking kon dat ook. Al met al hebben zo’n tien mensen zich intensief met Buiten is het oorlog beziggehouden, zowel bij de Anne Frank Stichting als bij Uitgeverij Ploegsma, en het was goed en belangrijk de presentatie samen te vieren.

Voor mij persoonlijk was het een emotioneel moment. Ik heb de kinderen verteld hoe ik altijd boeken schrijf door alle laatjes van mijn hoofd en hart open te zetten.  Maar dat nu ook mijn ziel aangesproken werd. Hoe ik naar Westerbork reisde, naar Bergen-Belsen en Auschwitz. Alles om zo dicht mogelijk bij Anne te komen, hoe bijna onmogelijk dat ook lijkt. Mijn uitgever Martine Schaap van Uitgeverij Ploegsma en mijn contactpersonen binnen de Anne Frank Stichting hebben mij steeds enorm veel vertrouwen geschonken. Dat heeft me meer dan goed gedaan.

Martijn vertelde over de research die hij samen met de Anne Frank Stichting heeft gedaan om de illustraties kloppend te krijgen. Die schitterende illustraties geeft hij tijdens de presentatie aan de stichting geschonken. Zij gaan er een mooi plekje voor zoeken.

Ik heb de dag afgesloten met een wandeling door Annes Rivierenbuurt. Langs het Merwedeplein waar ze zo heerlijk woonde, langs de plek waar ze zo graag een ijsje at met vriendinnen en naar de boekwinkel waar ooit haar dagboek gekocht werd. Dat was goed.

Nu wacht ik gespannen op de eerste reacties. Maar hoe die ook zullen zijn, ik weet dat Martijn en ik en al die anderen die aan Buiten is het oorlog gewerkt hebben, meer dan ons best gedaan hebben Anne recht te doen. In haar dagboek deelde ze haar hart en ziel met ons. Nu hebben wij ons ingezet om haar verhaal levend te houden: met hart en ziel.

illustratie Buiten is het oorlog, copyright Ploegsma

Foto: Anne Frank Stichting, Cris Toala Olivares

Illustratie: Martijn van der Linden

 

 

Lesbrief bij ‘Buiten is het oorlog – Anne Frank en haar wereld’

Sinds een paar dagen is ons nieuwe boek uit:  ‘Buiten is het oorlog – Anne Frank en haar wereld’. De Anne Frank Stichting heeft er een mooie lesbrief bij gemaakt. Die kun je hier vinden: http://www.ploegsma.nl/web/Artikel/Lesbrief-bij-Buiten-is-het-oorlog-van-Janny-van-der-Molen.htm