Categorie archief: boeken

Kinderboekenweek 2017! Gruwelijk eng! Maar het moet! Het moet!

Tijdens de komende Kinderboekenweek kom ik graag vertellen over eng; gruwelijk eng. Maar wel écht eng; waargebeurd eng. En over wat heel bijzondere mensen hebben gedaan om hun angst voor al dat engs te bezweren en te doen wat gedaan moest worden. Moedige mensen dus. Mensen voor wie eng niet het laatste woord heeft. In overleg vertel ik over een paar wetenschappers/helden, lees voor uit de boeken, leg een link naar de actualiteit en ga daarover met de kinderen in gesprek. Het is mogelijk van te voren, tijdens of nadien opdrachten te gebruiken uit twee lesbrieven die bij de boeken gemaakt zijn.

India, 1930 – Protesteren tegen de zwaarbewapende Engelse bezetter van je land omdat je weigert hun dure zout te kopen; zout dat voor het oprapen ligt op je eigen strand. Dát is eng.
Gandhi & burgers

Nederland, 1871 – Een minister een brief schrijven omdat jij, een meisje nog, zo graag wilt studeren. En dan uiteindelijk als eerste vrouw op de universiteit terecht komen waar verder alleen maar mannen rondlopen. Dát is eng.
Aletta Jacobs

Italie, ruim 500 jaar geleden – In een kelder, verlicht door kaarslicht, zet een man een mes in een menselijk lichaam. Als schilder probeert hij het menselijk lichaam zo goed mogelijk te vatten, maar dat zou zoveel beter gaan als hij de binnenkant ook kende. Opensnijden dus. Dát is eng.
Leonardo da Vinci

Zuid-Afrika, jaren zestig 20e eeuw – Open en bloot ingaan tegen de terreur van de regering van je land en daarmee het risico lopen lange tijd in de gevangenis te verdwijnen. (Wat vervolgens ook gebeurt.) Dát is eng.
Nelson Mandela

Italie, 400 jaar geleden – Een wetenschapper weet het zeker: de aarde draait om de zon en niet andersom! Durft hij het te zeggen? Hij zal zeker opgepakt worden, misschien zelfs wel gedood. Maar hij zegt het toch! Dát is eng!
Galileo Galilei

Engeland, halverwege de 19e eeuw – Dwars tegen de wensen van je rijke ouders en iedereen in je omgeving in als jonge vrouw gewonde soldaten willen helpen, ver, ver weg van huis. Dát is eng.
Florence Nightingale

Nederland, 1942-1944 – Gehaat worden, intens gehaat en toch naar woorden zoeken om de moed erin te houden door alles wat in je omgaat aan papier toe te vertrouwen terwijl je nergens ook maar enige privacy hebt. Dát is eng.
Anne Frank

Verenigde Staten, jaren zestig 20e eeuw – Vreedzaam opkomen voor je rechten als zwarte burger maar aangevallen worden door politie met honden en waterkanonnen. Dát is eng.
Martin Luther King & burgers

Pakistan, nog maar vijf jaar geleden – In het grootste geheim op de Engelse radio vertellen hoe in jouw land meisjes helemaal niets mogen, zelfs niet naar school gaan. Dát is eng.
Malala

Opmerkingen: Bij beide boeken zijn lesbrieven beschikbaar die via de auteur of uitgeverij digitaal beschikbaar zijn. De lesbrieven zijn niet toegespitst op het thema.

Bericht promoten

Vandaag mocht ik in ons dorp De Knipe, tijdens de Dodenherdenking wat woorden spreken. Hieronder kun je ze lezen. Lieve dorpsgenoten, Vandaag denken we aan een tijd waarin het in ons land oorlog was, de Tweede Wereldoorlog, inmiddels zo’n 75 jaar geleden. Het was een afschuwelijke tijd die sommigen zich nog echt kunnen herinneren omdat ze de oorlog zelf hebben meegemaakt. Maar voor veel anderen geldt dat ze de verhalen hebben gehoord op school, van ouders en grootouders. Het was een tijd van angst, van honger, van verraad. Miljoenen mensen vonden wereldwijd een wrede, wrede dood. Miljoenen keren een mensenleven. Miljoenen keren een kind, een zoon, een dochter, een moeder, een vader, een opa, een oma, een geliefde. Dat is voor ons niet te bevatten. Juist met die eigen geschiedenis in ons achterhoofd, denken we vandaag ook aan mensen die nu in zeer moeilijke omstandigheden leven omdat het oorlog is. Zij vragen zich af: hoe zorgen we dat we deze dag weer goed doorkomen? Hoe kunnen we onze geliefden beschermen en voeden? Hoe houden we moed ondanks deze gekmakende, onhoudbare situatie? Ouderen onder ons, kunnen hun wanhoop invoelen omdat zij die ooit gelezen hebben in de ogen van hun eigen ouders. De verschrikkingen van een oorlog: daar zijn eigenlijk geen woorden voor. Vandaag zijn we enorm dankbaar omdat er moedige mensen zijn geweest – en ook nu weer zijn – die zich inzetten voor vrede. Soldaten en verzetsstrijders die zich niet lieten verlammen door angst, die zich niet lieten afschrikken door grove dreigementen van de vijand. Jonge mannen en vrouwen vandaag, die elders in de wereld alles op alles zetten om een einde te maken aan een conflict of hun uiterste geven om een wankele vrede in stand te houden. Dat er mensen zijn die bereid zijn hun eigen leven te riskeren of echt te geven voor de vrede van de ander, dat raakt ons diep. Het aller mooiste, het aller dierbaarste en het aller kwetsbaarste dat wij als mens bezitten, is immers ons leven én onze ziel; dat aller diepste in ons, dat wat ons mens maakt. Juist in oorlogstijd wordt dat zo pijnlijk duidelijk. Maar wat is het dan toch, schreef de joodse Etty Hillesum tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat er in tijden van oorlog ook mensen zijn die het drukker hebben met verstoppen van hun tafelzilver en hun sieraden, dan met het koesteren van wat werkelijk belangrijk is: hun hart en ziel. In hun paniek denken ze wel om hun spullen, maar vergeten het kwetsbaarste in zichzelf te beschermen en de ander te helpen juist dat te doen. Maar hoe doen we dan, het kwetsbare beschermen? Ik moest hierbij denken aan een verhaal dat ik eens hoorde over de heit van onze Jelle Brouwer, Piet Brouwer. Hij woonde met zijn familie op de plek waar Jelle en Hiltsje nu wonen, meteen naast de Joodse begraafplaats, dus; de begraafplaats die daar zó mooi verscholen ligt tussen de bomen, dat je hem bijna zou vergeten. Daar, op die begraafplaats, rusten Naftali, Meijer, Channa, Fegla, Yzak, Mozes en waarschijnlijk meer joden van wie we de namen niet meer kennen. Ten tijde van de oorlog waren de meeste graven al zo’n zestig jaar of ouder. Wie de overledenen waren, zal bijna niemand meer geweten hebben en de Hebreeuwse woorden op de stenen, zal vast niemand hebben kunnen lezen. Toen de Duitsers ergens halverwege de oorlog in de buurt waren, maakte de jonge Piet Brouwer zich zorgen om de graven. De Duitsers zouden in hun Jodenhaat de stenen kunnen vernielen, de rust van de doden verstoren. ‘Die stienen moatte der wei,’ zei hij tegen de knecht Kees Prins. ‘Dat moasten do en ik mar gau dwaan.’ Ze sleepten de loodzware stenen van hun plek en lieten ze in een sloot zakken, onzichtbaar voor de vijand. Het beeld van die twee jonge mannen, slepend met die stenen, ontroert me. Er spreekt respect en liefde uit voor deze onbekende joden, voor deze stille kwetsbare buren. Na de oorlog werden de stenen terug geplaatst. Onze dorpsgenoot Feito van der Wal vroeg vele jaren later de bekende joodse schrijver Hartog Beem de teksten die op de stenen staan, te vertalen. En dat deed Beem, want alles dat hij kon doen om nog maar iets van zijn joodse wortels te bewaren, had zijn aandacht. Hartog Beem en zijn vrouw Rosette Kannewasser, die beide de oorlog overleefden, maar van wie de kinderen verraden werden op hun onderduikplek en in Auschwitz werden vermoord. Hartog Beem vertaalde de teksten van de stenen. Iedere tekst eindigt met deze zin, verwijzend naar een tekst in de Thora. ‘Moge zijn ziel gebundeld zijn bij die der levenden.’ Nu zouden we zeggen: ‘Dat jouw ziel in mijn ziel verder mag leven.’ Het kan niet anders dan dat hij iedere keer dat hij die zin schreef aan zijn eigen Eva en Bram dacht. Zij werden niet ouder dan 11 en 9 jaar. Ons leven is het mooiste, het dierbaarste en het kwetsbaarste dat we bezitten. In de oorlog zijn vele levens bruut ten einde gekomen. Soldaten, burgers, verzetsstrijders, joden, Sinti, gehandicapten, homoseksuelen stierven. Wij rouwen om hen. Door vandaag aan hen te denken, hun namen in stilte te noemen, bewaren we hun zielen in onze eigen ziel.

Lesbrief bij Helden!

Aan de slag met Helden! in de klas? Uitgeverij Ploegsma maakte er een mooie lesbrief bij!

lesbrief-helden_def

Afbeelding

1 en 2 december: de dagen van Nkosi. Twaalf jaar oud en ongeveer een meter hoog was hij: Nkosi Johnson. Na vijf maanden in coma te hebben gelegen, stierf hij in 2001 in zijn woonplaats Johannesburg aan aids. En Zuid-Afrika huilde. Iedereen kende de jongen die tijdens de Internationale Aids Conferentie nog maar een jaar eerder elfduizend mensen had toegesproken. ‘Geef om ons en accepteer ons!’ had hij toen gesproken. ‘Wij hebben behoeften als ieder ander.’ Vandaag is het Wereldaidsdag, de dag waarop wereldwijd bij aids en hiv stilgestaan wordt. Morgen wordt in Den Haag de Kindervredesprijs uitgereikt, de Nkosi. Wat zou het mooi zijn als kinderen vandaag of morgen horen over deze bijzondere jongen. Wat een moed had hij en wat bracht hij mensen veel goeds, ook nu nog, 15 jaar na zijn dood. Kinderen krijgen veel verwarrende en nare berichten te verwerken als ze het nieuws volgen. Oorlogen, conflicten, spanningen. Maar kinderen zijn niet machteloos. Al zijn ze nog zo jong, met hulp kunnen ze veel bereiken. Dat laat Nkosi Johnson zien. Door over hem, een kind als zij, te vertellen, kunnen we kinderen laten zien dat hun inzet ertoe doet. En dat het klein kan beginnen. Nkosi werd in 1989 geboren met hiv, maar dat werd niet als zodanig herkend tot zijn moeder aids bleek te hebben. Hij was al tijdens de zwangerschap besmet geraakt. Medicatie was er niet. Zijn moeder slaagde erin hem onder te brengen in een tehuis voor mensen met hiv en aids als enig (toen nog klein) kind tussen hoofdzakelijk mannen. Later kwam hij terecht in een pleeggezin. Dankzij de intensieve zorg en de liefde van Gail Johnson werd hij 12 jaar, een ongekend hoge leeftijd voor een kind dat met hiv geboren wordt. Toen Nkosi acht jaar was, besloot hij dat het tijd werd naar school te gaan, net als ieder ander kind. Maar geen school die een kind met hiv wilde opnemen. Zo ontstond zijn strijd voor de acceptatie van kinderen met hiv en aids, een strijd die maakte dat er zelfs in het parlement over hem gesproken werd. En hij kreeg het voor elkaar. Nkosi Johnson heeft het leven van kinderen met hiv en aids voor altijd beter gemaakt. Nog steeds worden zieke moeders en hun kinderen opgevangen in huizen van de organisatie Nkosi’s Haven, waar hij ooit de basis voor legde. Een kleine man, een grote held. ‘We moeten niet wanhopig zijn,’ sprak Nelson Mandela bij de dood van Nkosi. ‘We moeten de hoop niet verliezen.’ Maar vier jaar later stierf ook een van zijn kinderen. Aids maakt geen verschil. Nkosi Johnson en de 2,6 miljoen kinderen onder de veertien jaar met hiv (2014) – alleen al in Afrika! – verdienen het dat we onze kinderen over hen vertellen, hun namen levend houden. Nkosi Johnson kan een inspiratie zijn voor kinderen om het beste uit zichzelf te halen juist ook door zich in te zetten voor anderen. Of zoals Nkosi Johnson zelf zei: ‘Do all you can with what you have, in the time you have, in the place you are.’

OBIT NKOSI

Lesbrief bij Buiten is het oorlog – Anne Frank en haar wereld

Bij Buiten is het Oorlog is een lesbrief gemaakt, bedoeld voor de bovenbouw basisonderwijs. U kunt die lesbrief hier als pdf downloaden: Lesbrief-Buiten-is-het-oorlog

 

Ik snak naar een Nederlandse ‘Martin Luther King’

‘Tussen droom en daad.’ Dat is het thema van de maand oktober, de maand van de geschiedenis. U kent de dichtregels van Willem Elsschot uit zijn gedicht ‘Het Huwelijk’ ongetwijfeld en weet ook wat er op volgt: ‘…staan wetten in de weg en praktische bezwaren.’

Kijkend naar de actualiteit van vandaag druipt de symboliek van deze zinnen. Ze houden me bezig. ‘I have a dream,’ sprak Martin Luther King in 1963 en ruim 250.000 mensen luisterden ademloos. En ik snak naar een Nederlandse ‘Martin Luther King’. Naar een man of vrouw die ons optilt. Iemand die een vergezicht laat zien, ons wakker schudt, ons verbindt. Die misschien wel juist vanuit de geschiedenis de verhitte discussies van vandaag op een hoger plan kan tillen. Die duidelijk maakt dat nu niet zozeer de vraag is of we ‘gewone’ of ‘sobere’ huisvesting aanbieden aan vluchtelingen, maar die het terug kan brengen naar de essentie: wat willen we als samenleving zijn, hoe verhouden we ons tot de ander die altijd anders is. Degene dus die die praktische bezwaren van Elsschot echt wel ziet, maar toch de droom niet wenst op te geven.

Het proces van verharding in onze samenleving is niet nieuw. Maar ik kan me niet herinneren dat de toon van het maatschappelijk debat eerder zo cynisch, zo boos, zo ontevreden en zo droomloos was. Onder andere op de sociale media wordt ongelofelijk veel boosheid geventileerd. Vaak hebben deze zenders (letterlijk) geen gezicht en naam: hun identiteit wordt verscholen achter de Nederlandse vlag, een foto van een roofdier of van mistige stripfiguurtjes.

Gelukkig zijn er veel mensen die willen werken aan een samenleving waar plaats is voor mensen die voor korte of langere tijd hulp nodig hebben. Het ‘verzet’ tegen alles wat ‘vreemd’ is heeft een naam en gezicht: Geert Wilders (en in zijn kielzog Halbe Zijlstra). Maar wie kan advocaat zijn van dat andere geluid? Wie brengt de strijd voor verwezenlijking van de droom terug?

Wat zou het mooi zijn als onze minister-president een toon kon vinden die kan verbinden. Maar die woorden heeft hij niet. De vele signalen uit de samenleving dat mensen daar om snakken, pikt hij niet op. Samsom? Ook die kan het niet. ‘Het Huwelijk’ heet het gedicht van Elschot. Precies. In die politieke tang zitten we nu. Misschien komt de discussie daarom wel niet verder dan het continue zoeken naar het oplossen van praktische bezwaren. En dus zal het uit de samenleving moeten komen. Maar van wie?

Afgelopen donderdag kreeg programmamaker, presentator en ‘zoon-van’ Johnny de Mol de Gouden TelevisierRing. In zijn dankwoord zei hij dit:

‘Ik wil deze prijs graag symbool stellen voor meer verdaagzaamheid, meer respect en meer liefde voor elkaar. En of dat nou voor je oma is, voor een gezin dat op de vlucht is of voor een vergeten kind dat in de opvang zit, ik denk dat we dat met zijn allen kunnen doen en kunnen waarmaken als we maar een beetje lief zijn voor elkaar.’

Johnny de Mol als Nederlandse ‘Martin Luther King’? Ja. Waarom niet?

Deze tekst stond op 22 oktober als Te Gast in de Leeuwarder Courant.

Download de speciale lesbrief bij Geniaal! voor de groepen 6 tm 8

lesbrief Geniaal definitief kopie