Afbeelding

1 en 2 december: de dagen van Nkosi. Twaalf jaar oud en ongeveer een meter hoog was hij: Nkosi Johnson. Na vijf maanden in coma te hebben gelegen, stierf hij in 2001 in zijn woonplaats Johannesburg aan aids. En Zuid-Afrika huilde. Iedereen kende de jongen die tijdens de Internationale Aids Conferentie nog maar een jaar eerder elfduizend mensen had toegesproken. ‘Geef om ons en accepteer ons!’ had hij toen gesproken. ‘Wij hebben behoeften als ieder ander.’ Vandaag is het Wereldaidsdag, de dag waarop wereldwijd bij aids en hiv stilgestaan wordt. Morgen wordt in Den Haag de Kindervredesprijs uitgereikt, de Nkosi. Wat zou het mooi zijn als kinderen vandaag of morgen horen over deze bijzondere jongen. Wat een moed had hij en wat bracht hij mensen veel goeds, ook nu nog, 15 jaar na zijn dood. Kinderen krijgen veel verwarrende en nare berichten te verwerken als ze het nieuws volgen. Oorlogen, conflicten, spanningen. Maar kinderen zijn niet machteloos. Al zijn ze nog zo jong, met hulp kunnen ze veel bereiken. Dat laat Nkosi Johnson zien. Door over hem, een kind als zij, te vertellen, kunnen we kinderen laten zien dat hun inzet ertoe doet. En dat het klein kan beginnen. Nkosi werd in 1989 geboren met hiv, maar dat werd niet als zodanig herkend tot zijn moeder aids bleek te hebben. Hij was al tijdens de zwangerschap besmet geraakt. Medicatie was er niet. Zijn moeder slaagde erin hem onder te brengen in een tehuis voor mensen met hiv en aids als enig (toen nog klein) kind tussen hoofdzakelijk mannen. Later kwam hij terecht in een pleeggezin. Dankzij de intensieve zorg en de liefde van Gail Johnson werd hij 12 jaar, een ongekend hoge leeftijd voor een kind dat met hiv geboren wordt. Toen Nkosi acht jaar was, besloot hij dat het tijd werd naar school te gaan, net als ieder ander kind. Maar geen school die een kind met hiv wilde opnemen. Zo ontstond zijn strijd voor de acceptatie van kinderen met hiv en aids, een strijd die maakte dat er zelfs in het parlement over hem gesproken werd. En hij kreeg het voor elkaar. Nkosi Johnson heeft het leven van kinderen met hiv en aids voor altijd beter gemaakt. Nog steeds worden zieke moeders en hun kinderen opgevangen in huizen van de organisatie Nkosi’s Haven, waar hij ooit de basis voor legde. Een kleine man, een grote held. ‘We moeten niet wanhopig zijn,’ sprak Nelson Mandela bij de dood van Nkosi. ‘We moeten de hoop niet verliezen.’ Maar vier jaar later stierf ook een van zijn kinderen. Aids maakt geen verschil. Nkosi Johnson en de 2,6 miljoen kinderen onder de veertien jaar met hiv (2014) – alleen al in Afrika! – verdienen het dat we onze kinderen over hen vertellen, hun namen levend houden. Nkosi Johnson kan een inspiratie zijn voor kinderen om het beste uit zichzelf te halen juist ook door zich in te zetten voor anderen. Of zoals Nkosi Johnson zelf zei: ‘Do all you can with what you have, in the time you have, in the place you are.’

OBIT NKOSI

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s